De Twaalf stammen

 

IsraŽl bestaat uit twaalf stammen de 10 Noordelijke stammen en de 2 Zuiderlijke stammen. De Noordelijke stammen worden ook de verloren stammen genoemd. Gíd heeft aan hen een scheidsbrief gegeven Jer.3:9 Maar aan de Zuiderlijke stammen heeft Gíd geen scheidbrief gegeven, dat kan ook niet daar onze Koning Yeshua uit de stam van Juda kwam. Hij wordt ook de Leeuw van Juda genoemd. Dat betekend dat de zuiderlijke stammen (Juda, Levi en een gedeelte van Benjamin) herkenbaar zijn gebleven en niet afgehouwen zijn van de Edele Olijfboom (Rom.11) maar voor een tijdje opzij zijn gezet, tot ze van haar trouweloosheid geneest en de volheid der heidenen zal binnen gaan. Wil dat nu zeggen dat die Noordelijke stammen ( de verloren stammen) voor de eeuwigheid verloren zijn? Volstrekt niet Gíd heeft een belofte gedaan dat gans IsraŽl behouden zal worden en  de vervallen hut van David weer zal oprichten. Hand.15:16.

We leven nu in de periode dat Gíd terug omziet naar Zijn volk en hen uit de 4 hoeken der aarde naar Zijn land brengt, voorzegt door de profeten. We zien ook dat de oren en ogen open gaan ( de sluier wordt weggenomen).

Zo komt er een moment dat we allen te samen de Messias zullen begroeten met de woorden Baruch Ha Ba BíShem AdonaÔ ( Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren).Mat.23:39.

 

GEN.49:1Ė33.

Jakob: (Hij zal verdringen, hielvasthouder verdringt) Vader van de twaalf stammen IsraŽls, zoon van Isašk en Rebekka. En Jakob ontbood zijn zonen en zeide: Komt bijeen, opdat ik u bekend make, wat u in toekomende dagen wedervaren zal. (Jewish Bible zegt: Laatste dagenÖ) Verzamelt u en luistert, gij zonen van Jakob, luistert naar IsraŽl, uw vader.

Deut.33:26-29, Daar is niemand als God, o Jesurun;(poŽtische naam voor IsraŽl) Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken. De eeuwige God is u een woning en onder u zijn eeuwige armen. Omdat Hij de vijand vůůr u verdreef en zeide: Verdelg! daarom woonde IsraŽl veilig en bleef de bron van Jakob ongestoord in een land van koren en most; ja, zijn hemel sprenkelt dauw. Welzalig zijt gij, IsraŽl; wie is aan u gelijk? Een volk, verlost door de HERE, die het schild uwer hulp en het zwaard uwer hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten treden.

1) Ruben, (zie uw zoon) mijn eerstgeborene zijt gij, mijn sterkte en de eersteling mijner kracht, de voornaamste in hoogheid, de voornaamste in vermogen. Gij, die opbruist als water, gij zult de voornaamste niet zijn, omdat gij uws vaders bed beklommen hebt; toen hebt gij het ontwijd. Hij heeft mijn legerstede beklommen.

Vlag Ruben, Reíuven.

 

Ruben,de oudste zoon van Jakob en Lea. Om een zonde verloor hij zijn eerstgeboorterecht.

1Kron.6:78  en aan de overzijde van de Jordaan bij Jericho, ten oosten van de Jordaan, uit de stam Ruben: Beser in de woestijn met zijn weidegronden, Jahas met zijn weidegronden.

Deut.33:6, Ruben leve, en sterve niet, maar laten zijn mannen te tellen blijven.

2) Simeon (verhoring) en Levi (samenvoeging) zijn broeders; hun Gereedschappen zijn werktuigen van geweld. Mijn ziel hebbe geen deel aan hun beraadslaging, mijn geest sluite zich niet aan bij hun vergadering, want in hun toorn hebben zij mannen gedood en in hun moedwil hebben zij runderen de pezen doorgesneden. Vervloekt zij hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard. Ik zal hen verdelen onder Jakob en verstrooien onder Israel. Simeon en Levi, geweldenaars en daardoor verdeeld onder IsraŽl.

Levi, levieten, vormden een afzonderlijke priestergroep in IsraŽl.

Vlag Simeon, Shimon.

Deut.33:8-11, Van Levi zeide hij: Uw Tummim en Urim behoren de man toe, die uw gunstgenoot is, die Gij bij Massa op de proef gesteld hebt, met wie Gij getwist hebt bij de wateren van Meriba; die van zijn vader en zijn moeder zeide: ik zie hen niet; zijn broeders wilde hij niet kennen en van zijn kinderen wilde hij niet weten. Want zij onderhouden uw woord en bewaren uw verbond; zij onderwijzen Jakob uw verordeningen, IsraŽl uw wet; zij doen reukwerk in uw neus opstijgen en leggen het brandoffer op uw altaar. Zegen, HERE, zijn kracht en zie het werk zijner handen met welgevallen aan. Verpletter de lendenen van zijn tegenstanders en van wie hem haten, zodat zij niet meer kunnen opstaan.

3) Juda, (geprezen, geloofd of lof) u zullen uw broeders loven, uw hand zal zijn op de nek uwer vijanden, voor u zullen uws vaders zonen zich neerbuigen. Een leeuwewelp is Juda; na de roof zijt gij omhoog geklommen, mijn zoon; hij kromt zich, legt zich neder als een leeuw of als een leeuwin; wie durft hem opjagen? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullende volken gehoorzaam zijn. Hij zal zijn ezel aan de wijnstok binden en het jong zijner ezelin aan de wingerd; hij zal zijn kleed in wijn wassen en in druivebloed zijn gewaad. Hij zal donkerder van ogen zijn dan wijn en witter van tanden dan melk.

Openb.5:5  En ťťn uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit de stam Juda, de wortel Davids, heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

Vlag van Juda, Yehuda.

Mt.2:6 En gij, Betlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de Leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israel weiden zal.

Deut.33:7, En dit betreft Juda. Hij zeide: Hoor, HERE, de stem van Juda en breng hem tot zijn volk; zijn handen strijden voor hem, en wees Gij hem een hulp tegen zijn tegenstanders.

4) Zebulon (blijvend of duurzaam) (een woning gewenst, bijwoning ?) was de Laatste zoon van Lea. Hij zal wonen aan het strand der wijde zee, ja, hijzal wonen aan het strand bij de schepen, en zijn zijde zal naar Sidon gekeerd zijn. Sidon een plaats in PheniciŽ in de omgeving van Tyrus. Mt 4:15  Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen:

Vlag van Zebulon, Zevulun.

 

Deut.33:18, Van Zebulon zeide hij: Verheug u, gij Zebulon, over uw tochten, en gij, Issakar, over uw tenten. 19 Volken zullen zij roepen tot de berg; daar zullen zij offers brengen naar de eis, want zij zullen gezoogd worden met de overvloed der zeeŽn en met de meest verborgen schatten van het strand.

5) Issakar (God geeft loon) Issakar is een bonkige ezel, die tussen de stallingen ligt; als hij ziet, dat de rust goed is, en dat het land liefelijk is, buigt hij zijn schouder om te torsen en leent zich tot slaafse herendienst.

Vlag van Issakar, Yisachar.

Deut.33:18, Van Zebulon zeide hij: Verheug u, gij Zebulon, over uw tochten, en gij, Issakar, over uw tenten. Volken zullen zij roepen tot de berg; daar zullen zij offers brengen naar de eis, want zij zullen gezoogd worden met de overvloed der zeeŽn en met de meest verborgen schatten van het strand.

6) Dan (rechter) zal zijn volk richten als ťťn der stammen Israels. Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de Hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt. Op uw heil wacht ik, o Here. Zijn nakomelingen, vestigden zich helemaal in het noorden van Kanašn.

(Danieten.)

Vlag van Dan,

Deut.33:20, En van Dan zeide hij: Dan is een leeuwewelp, die uit Basan te voorschijn springt.

7) Gad (goed geluk), een bende zal hem belagen, maar hij zal hun hielen belagen. Zijn nakomelingen vestigden zich ten oosten van de Jordaan.

Vlag van Gad.

Deut.33:20-21, Van Gad zeide hij: Geprezen zij Hij, die voor Gad ruimte maakt; hij legt zich neder als een leeuwin en verbrijzelt de arm, ja, de schedel. Hij voorzag zichzelf van het beste deel, want daar was het deel van de heersersstaf verborgen; hij kwam tot de hoofden van het volk; het heeft de gerechtigheid des HEREN en zijn gerichten ten uitvoer gebracht met IsraŽl.

8) Aser (gelukkig-gezegend) zijn spijze zal vet zijn, en hij zal koninklijke lekkernijen leveren. Zijn nakomelingen erfden het land tussen de middelandse zee en het meer van Galilea.

Vlag van Aser, Asher.

Deut.33:24-25, Van Aser zeide hij: Gezegend zij Aser onder de zonen; hij zij bemind bij zijn broeders, en hij dope zijn voet in olie. IJzer en koper mogen uw grendels zijn, uw sterkte moge zijn als uw levensduur.

Jozef (Jahweh vermeerdere) lievelingszoon van Jakob. Een jonge vruchtboom is Jozef, een jonge vruchtboom aan een bron; zijn takken stijgen boven de muur uit;de boogschutters hebben hem getergd, beschoten en vijandig bejegend, maar zijn boog bleef stevig en zijn sterke handen bleven lenig, door de handen van de Machtige Jakobs, daar de Steenrots IsraŽls zijn herder is; door de God uws vaders, die u zal helpen, en de Almachtige, die u zal zegenen met zegeningen des hemels van boven, met zegeningen van de watervloed, die beneden ligt, met zegeningen van de borsten en de moederschoot. De zegeningen van uw vader gaan de zegeningen van mijn voorvaderen te boven, reikende tot het kostelijkste der eeuwige heuvelen; zij zullenkomen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onderzijn broeders.

Deut.33:13-17, Van Jozef zeide hij: Zijn land zij door de HERE gezegend met de kostelijkste gave des hemels, met de dauw, en met de watervloed die beneden ligt;met de kostelijkste gave, die de zon voortbrengt, en met de kostelijkste gave, die de maan doet uitspruiten; met het uitnemendste der aloude bergen, en met de kostelijkste gave der eeuwige heuvelen, en met de kostelijkste gave van de aarde en haar volheid; met het welbehagen van Hem, die in de braamstruik tegenwoordig was; dat moge komen op het hoofd van Jozef, op de schedel van de uitverkorene onder zijn broeders. De eersteling zijner runderen is zijn trots en diens horens zijn horens van een woudos; daarmee zal hij de volken stoten, alle einden der aarde. Dit zijn de tienduizenden van EfraÔm en dit zijn de duizenden van Manasse.

Zoon van Jozef

9) Manasse (hij die doet vergeten) oudste zoon van Jozef.

Deut 3:14  Jair, de zoon van Manasse, nam de gehele landstreek van Argob tot het gebied der Gesurieten en der Maakatieten, en noemde deze, namelijk Basan, naar zijn naam: de dorpen van Jair, tot op deze dag.

Vlag van Manasse, Menasheh.

 

Zoon van Jozef

10) EfraÔm (zeer vruchtbaar-dubbele aanwas) Richt.7:24  Ook zond Gideon boden uit in het gehele gebergte van Efraim met de boodschap: Daalt af de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun tot aan Bet-bara de overtocht af over het water, over de Jordaan. Toen werden alle mannen van Efraim bijeengeroepen en sneden hun tot aan Bet-bara de overtocht af over het water, over de Jordaan,

Vlag van EfraÔm, Efrayim.

Deut.33:17,De eersteling zijner runderen is zijn trots en diens horens zijn horens van een woudos; daarmee zal hij de volken stoten, alle einden der aarde. Dit zijn de tienduizenden van EfraÔm en dit zijn de duizenden van Manasse.

11) Naftali  is een losgelaten hinde; hij laat schone woorden horen. Mt.15  Het land Zebulon en het land Naftali, aan de zeeweg, over de Jordaan, Galilea der heidenen:

Vlag van Naftali,

Deut.33 :23, En van Naftali zeide hij: Naftali is verzadigd van het welbehagen en vervuld van de zegen des HEREN; neem het Meer in bezit en het Zuiden.

12) Benjamin (zoon van de rechterhand) is een verscheurende wolf; in de Morgen verslindt hij zijn prooi en tegen de avond verdeelt hij de buit. Jer 17:26  Dan zal men komen uit de steden van Juda en de omstreken van Jeruzalem, uit het land van Benjamin en uit de Laagte, van het Gebergte en uit het Zuiderland, en brengen brandoffer, slachtoffer, spijsoffer en wierook, en ook brengen lofoffer in het huis des Heren.

Vlag van Benjamin, Binyamin.

Deut.33:12, Van Benjamin zeide hij: De beminde des HEREN, die veilig bij Hem wonen zal. Hij beschermt hem te allen tijde en woont tussen zijn berghellingen.

De vlaggen van de stammen vertegenwoordigen hun identiteit. Het volk vereenzelvigde zich met hun vlaggen, en iedereen was eigenlijk gedwongen ermee verbonden te zijn, gezien ze hun tenten moesten opslaan rond hun vlaggen. De vlaggen waren in het midden van het kamp van elke stam. Volgens Jonathans Targum, waren de vlaggen gemaakt van zijde en hadden Verschillende kleuren, die de twaalf stenen van de borstplaat van oordeel voorstelden, die gedragen werd door de Kohen HaGadol, de Hogepriester. Leviís vlag was opgemaakt met drie kleuren, wit, zwart en rood, en de Borstplaat van oordeel van de Hoge Priester was erop geborduurd

Dit zijn al de stammen van IsraŽl, twaalf in getal; en dit is wat hun vader Over Hen gesproken heeft, toen hij hen zegende; ieder zegende hij meteen eigen zegen. Daarna gaf hij hun bevel en zeide tot hen: Ik word tot mijn voorgeslacht vergaderd, begraaft mij bij mijn vaderen in de spelonk in het veld van de ethiet Efron in de spelonk in het veld van Makpela, dat tegenover Mamre in het land Kanaan ligt, welk veld Abraham gekocht heeft van de Hethiet Efron tot een eigen grafstede. Daar heeft men Abraham en zijn vrouw Sara begraven; daar heeft men Isaak en zijn vrouw Rebekka begraven, en daar heb ik Lea begraven; het veld met de spelonk daarin, is gekocht van de Hethieten. Toen Jakob geeindigd had zijn zonen bevelen te geven, trok hij zijn voeten terug op het bed en gaf de geest, en hij werd tot zijn voorgeslacht vergaderd.

(Ruben, Simeon, Gad, Juda, Issaschar, Zebulon, Manasse, Efraim, Benjamin, Dan, Aser, Naftali)

Laat God zien dat IsraŽl Zijn uitverkoren volk is ?

 

Als je de woorden nu achter elkaar plaatst, dan heb je;

 

Zie de Zoon, hoor Zijn stem, verkleef aan Hem en prijs Hem, Hij brengt het loon, woont onder ons en voegt toe, de Zoon van Zijn rechterhand, de rechter in de strijd, die geluk en blijdschap brengt.

 

IsraŽl is niet van God of Yeshua los te maken.

 

DE NAMEN DIE ISRAEL VORMEN

De eerste letters van de namen van de aartsvaders en -moeders vormen in het Hebreeuws het woord IsraŽl. Ieders naam begint met ťťn van de letters.

(Dit gaat alleen in het Hebreeuws op de taal van de bijbel.)

Ja'akov en Jitschak beginnen elk met een Joed,
Sara begint met een Shien,
Rachel en Riwka beginnen met een Reesh,
Awraham met een Alef en
Lea met een Lamed.

 Samen zijn het zeven personen. Zeven is het getal van Gods verbond.

 Er worden twaalf verschillende letters gebruikt. (Twaalf staat in de Schrift voor de stammen van IsraŽl, die uit hen zijn voortgekomen.)

 In het totaal zijn het 26 letters dit is de soms van de letters van de Naam van de EEUWIGE (J - H - W- H), die door IsraŽl aan de wereld is geopenbaard. Joed (10) + Hť (5) + Wav (6) + Hť (5) = 26

De volgorde waarop de stammen van IsraŽl in de bijbel worden opgesomd is niet steeds hetzelfde. Zo is bijvoorbeeld de volgorde van de stammen naar geboorte (Genesis 35), het zegenen (Genesis 49), het tellen (Numeri 1:20) of de legering rondom de tabernakel (Numeri 2), steeds weer anders.

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste schriftplaatsen waar de stammen worden genoemd.

De zonen 6 van Lea zijn Rood.
De zonen van Rachel zijn Blauw.
De zonen van Bilha, slavin van Rachel zijn Zwart.
De zonen van Zilpa, de slavin van Lea Groen.

 

Gen. 35

Geboorte

Gen. 46

Komst Egypte

Gen. 49

Het zegenen

Ex. 1

Komst Egypte

Num 1

Telling leger

Num 1:20

Opstelling

Num 2

Legering

Num 13

Verspieders

Openb 7

De 144000

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Levi,

4 Juda,

5 Issakar

6 Zebulon.

7 Jozef

8 Benjamin.

9 Dan

10 Naftali.

11 Gad

12 Aser

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Levi,

4 Juda,

5 Issakar

6 Zebulon.

7 Gad

8 Aser

9 Dan

10 Naftali.

11 Jozef

12 Benjamin.

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Levi,

4 Juda,

5 Zebulon.

6 Issakar

7 Dan

8 Gad

9 Aser

10 Naftali.

11 Jozef

12 Benjamin.

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Levi,

4 Juda,

5 Issakar

6 Zebulon.

7 Benjamin.

8 Dan

9 Naftali.

10 Gad

11 Aser

12 Jozef

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Juda,

4 Issakar

5 Zebulon.

6 Jozef

7 Benjamin.

8 Dan

9 Aser

10 Gad

11 Naftali.

----

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Gad

4 Juda,

5 Issakar

6 Zebulon.

7 Efraim

8 Menasse

9 Benjamin

10 Dan

11 Aser

12 Naftali

1 Juda,

2 Issakar

3 Zebulon

4 Ruben,

5 Simeon,

6 Gad

7 Efraim

8 Menasse

9 Benjamin

10 Dan

11 Aser

12 Naftali

1 Ruben,

2 Simeon,

3 Juda,

4 Issakar

3 Zebulon

6 Gad

7 Efraim

8 Menasse

9 Benjamin

10 Dan

11 Aser

12 Naftali

1 Juda,

2 Ruben,

3 Gad

4 Aser

5 Naftali.

6 Menasse

7 Simeon,

8 Levi,

9 Issakar

10 Zebulon.

11 Jozef

12 Benjamin.

 

ZEGEN EN VLOEK

In Deuteronomium.27:12-15 (e.v.) zien we de stammen voor de zegen en de vloek:

"Wanneer gij de Jordaan overgetrokken zijt, zullen zich op de berg Gerizzim opstellen om het volk te zegenen: Simeon, Levi, Juda, Issakar, Jozef en Benjamin.
En op de berg Ebal zullen zich opstellen om te vervloeken: Ruben, Gad, Aser Zebulon, Dan en Naftali.
Dan zullen de Levieten met luider stem voor alle mannen in IsraŽl betuigen:
Vervloekt is de man, die een gesneden of gegoten beeld maakt, een gruwel voor de Here, het maaksel der handen van een werkman, en dit in het verborgene opstelt. En het gehele volk zal antwoorden: Amen."

DE STAMMEN RONDOM DE TABERNAKEL

In Numeri 2 lezen we dat de stammen in groepen van drie rondom de tabernakel waren gelegerd.
Elk van deze groepen van drie had een vendel. Hierop stonden een Leeuw (de groep van Juda), een Adelaar (de groep van Dan), een rund of stier (de groep van EfraÔm) en een mens (de groep van Benjamin) afgebeeld.

Rondom de tabernakel lag de stam Levi.

 De poorten in Ezechiel 48:31-35.

De twaalf apostelen:

Math.10:2-6,En dit zijn de namen van de twaalf apostelen: vooreerst Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn broeder; en Jakobus, de zoon van ZebedeŁs, en Johannes, zijn broeder; Filippus en BartolomeŁs; Thomas en MatteŁs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van AlfeŁs en TaddeŁs; Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

Deze twaalf heeft Yeshua (Jezus) uitgezonden en Hij gebood hun, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis IsraŽls.

Lucas.6:13-16, En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde: Simon, die Hij ook Petrus noemde, en Andreas, zijn broeder, en Jakobus en Johannes, en Filippus en BartolomeŁs, en MatteŁs en Tomas, [en] Jakobus, de zoon van AlfeŁs, en Simon, bijgenaamd de Zeloot, en Judas, de zoon van Jakobus, en Judas Iskariot, die de verrader geworden is.

Openb.21:14, En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams.

Simon (gehoorzamende)Ė Petrus (steen-rotssteen)

Andreas broer van Petrus (zeer sterk moedig) gestorven op een xvormig kruis.

Jakobus (hielvasthouder verdringt) wordt in het Evangelie de "broer van de Heer" (van Yeshua) (Marcus.6:3) genoemd. In Joh. 7,3-6 wordt duidelijk dat de "broers" van Yeshua hem (nog) niet geloofden.Schreef mogelijk de brief van Jakobus.

Johannes (genadegift van Jehova) zoon van de visser Zebedeus, schrijver van het evangelie, de brieven en Openbaring. ĎDe geliefde leerlingí

Filippus (liefhebber van paarden) Filippus sterft de kruisdood (aan een T-vormig kruis)

BartolomeŁs (de broederlijke) hij zou de dood hebben gevonden doordat men hem de huid aftrok.

Matheus (gift vanJehova) zoon van AlfeŁs. Hij was tollenaar te KapernaŁm.

Thomas (tweelingbroer) ook wel Judas Thomas Didymus genoemd

Jakobus (hielvasthouder verdringt) zoon van Zebedeus, werd ťťn van de drie belangrijkste discipelen, naast zijn broer Johannes en Petrus, door Herodes met het zwaard ter dood werd gebracht. Hij is niet dezelfde als de schrijver van de brief. Wellicht was hij een neef van Yeshua (vergelijk MattheŁs.27:56,Marcus.15:40, 16:1 en Johannes.19:25).

Simon (gehoorzamende, Grote woestijn de Zeloot, er is weinig van hem bekend behalve zijn naam, om hem te onderscheiden van Petrus werd hij Kananaios genoemd.

Judas (Geprezen, geloofd; of lof) TaddeŁs (broer (of zoon) van Jakobus, ook wel Judas LebbeŁs genoemd)

Judas (Geprezen, geloofd; of lof  Iskariot.

Mattias een Schriftgeleerde, Volgens de overlevering stierf hij in circa 63 in Jeruzalem de marteldood door steniging. Hij was de opvolger van Judas Iskariot.

 

Bron: Mike Clayton