Semitische Oorsprong?

“Waarom Hebreeuws Benadrukken” (1)

 

Pancho groeide op in de buitenwijken van Mexico-stad, de grootste stad van de wereld. Hij was een arme boerenjongen die bij zijn moeder Maria en zijn vader Cisco woonde. Vanaf zijn zesde jaar nam Pancho voor zijn vader de zorg van de ezel op zich en melkte hun geit. Zijn vader ging eenmaal in de week met zijn ezel naar Mexico-stad om hun extra eieren en wat andere dingen die ze gewonnen hadden te verkopen. Maar er waren teveel dingen die ze rondom de hoeve moesten verbeteren en daar hadden ze geen geld voor. Toen Pancho 14 werd, besloot zijn vader hem naar de verenigde Staten te sturen om in de wijnbouw te werken, met de hoop dat dit hun dat extra geld zou opleveren dat ze nodig hadden om hun vervallen hofstede te herstellen.

Eenmaal in Amerika kwam Pancho terecht in een groep migrantenarbeiders uit Mexico die in de Napa-vallei van wijngaard naar wijngaard trokken om de wijnstokken te verzorgen en later de druiven te oogsten voor de wijnindustrie aldaar. Ook al was het loon naar Amerikaanse maatstaven niet groot, volgens zijn eigen maatstaven deed hij het zeer goed en was hij in staat om geld naar zijn papa in Mexico te sturen.

Van toen er één of twee arbeiders in de groep waren die wat Engels spraken, klikten ze de migrantenarbeiders samen en traden de Engelssprekenden op als ploegbaas, opdrachten van de Amerikanen aannemend en die voor hun eigen volk vertalend.  Pancho leerde een beetje Engels maar kon geen conversatie met de anderen voeren. Hij ging met dit werk jaren door, keerde in de dode seizoenen terug naar Mexico, maar kwam elk voorjaar weer terug naar Californië om in de wijngaarden te werken. Zijn Engels begon al wat beter te gaan en hij werd een van degenen die als ploegbaas zouden optreden, maar toch sprak hij met zijn volksgenoten tijdens de vrije uren Spaans. De voertaal mag dan Engels geweest zijn, maar als hij echt een betekenisvolle dialoog wilde voeren, moest het in zijn moedertaal gebeuren. Hij kon niet te diepgaand dialogeren in een taal waarin hij niet dacht. Hij onthield zich van het Engels behalve als het ging om opdrachten betreffende de wijngaarden te ontvangen.

Vele van onze voorvaders gingen naar Amerika vanuit landen waar alles behalve Engels gesproken werd.  De meesten hebben zich aangepast aan de taal en de cultuur van Amerika. Dit doet ons veronderstellen dat alle vroegere immigranten Engels geleerd hebben, behalve dan deze laatste golf van immigranten. Als we naar onze kennissenkring kijken, kennen we waarschijnlijk veel mensen van Spaanse afkomst die Engels spreken, waarvan sommigen helemaal geen Spaans kennen. Dit zou ons verkeerde besluiten kunnen doen trekken over de geschiedenis. In het voorgaande verhaal assimileerde Pancho zich niet. Hij kwam naar Amerika om zijn familiaal leven in Mexico te verbeteren. Nochtans komen velen naar Amerika om daar hun leven in te richten. Van hen is het aannemelijker om de taal en cultuur van het land over te nemen.

De familie Houtz emigreerde aan het einde van de jaren 1700 vanuit Duitsland naar de Verenigde Staten. Mijn vader nam me mee om eind de jaren 1960 zijn neef in Pennsylvania te bezoeken. Mijn vaders’ neef, Harry Houtz, was een hoogleraar Engels aan een van de omliggende universiteiten. Mijn vader had jaren vanuit zijn thuisstaat Nebraska met hem via briefwisseling gecorrespondeerd. Stel je zijn verbazing voor toen hij Harry persoonlijk ontmoette en vaststelde dat hij nauwelijks Engels kon spreken. De brieven waren in perfect Engels gesteld, maar de spraak had een zwaar Duits accent. Meer nog, wanneer hij enthousiast of opgewonden raakte, merkte je nog nauwelijks Engels. Gelukkig kende mijn vader een beetje Duits want Harry werd al een beetje ouder en dik de helft van alles wat hij zei kwam uit het Duits. Het was bijna 200 jaar geleden dat onze familie voor het eerst de Amerikaanse kust betrad en het deel van onze familie dat in een overwegend Duitstalig gebied verbleef sprak in familiaal verband nog steeds Duits. De rest van onze familie die naar streken met minder Duitsers verhuisde, vingen aan met Engels als eerste taal te gebruiken aangezien zij noodzakelijkerwijs met de mensen om hen heen moesten communiceren.

De natuurlijke neiging is zich met je volk verbinden. Taal is een zeer beslissende factor. Zelfs wanneer een buitenlands blad in onze taal vertaald wordt, gaan specifieke nuances verloren. Een Spaans sprekende heeft in zijn taal bepaalde zinswendingen en gezegden die écht te maken hebben met zijn levenswijze. Die specifieke zinswendingen en gezegden zullen niet overkomen bij iemand die Engels spreekt. De Amerikaanse Engelstalige heeft niet dezelfde levensstijl of woordverbanden als de Spaans sprekende Mexicaan. Mensen communiceren met en voelen zich beter aanvaard door anderen van hun eigen cultuur en taal.

Het verhaal over pancho en de manier waarop hij zich verbond met de Engelse cultuur verschilt waarschijnlijk niet veel met dat van Yehoshua (Yeshua of Jezus)1 en Zijn discipelen. Yehoshua groeide in Galilea op, een streek in Noord-Israël waar Aramees gesproken werd. Zijn discipelen kwamen uit dezelfde streek. Het waren allemaal gewone mensen zoals vissers en herders. Ze hadden weinig behoefte om vloeiend Grieks te spreken. Voor Yehoshua en Zijn discipelen was het nodig om een andere taal te kennen – Hebreeuws. Het was hun religieuze taal en de taal van hun familie in Judea.

 

Yehoshua’s neef Yochanan (Johannes de Doper) was een priester. Voor hem was het nodig om Hebreeuws te spreken omdat hij in de tempel dienst zou doen. Dus Yehoshua’s religieuze en familiale cultuur vereisten dat Hij tenminste twee talen vrij goed kende: Aramees, Zijn moedertaal en Hebreeuws, de heilige taal. Mogelijk was het voor Hem in mindere mate nodig om wat Grieks te kennen omwille van de regerende mogendheid. Hoe dan ook, zijn omringende cultuur zou Hem niet in de Griekse taal ondergedompeld hebben en daarom zou het voor Hem een vreemde taal blijven. Wanneer men een taal voor minimaal gebruik leert, denkt men in z’n moedertaal maar vertaalt de woorden naar de vreemde taal; meestal woord voor woord.

 

De geschiedenis geeft ons verschillende juweeltjes van informatie waaruit blijkt dat de Hebreeuwse taal in aanmerking moest genomen worden bij het bestuderen van de Bijbel. Ja, dit behelst zelfs het Nieuwe Testament. Eusebius, een vroegere kerkhistoricus, schreef een boek tijdens de eerste twee decenia van de vierde eeuw, “Ecclesiastical History” genoemd, d.w.z. Kerkgeschiedenis. In dat boek heeft hij onderzoek gedaan naar verschillende vragen die toentertijd gesteld werden en veel documenten aangehaald in een poging om die vragen te beantwoorden. Het was zowat 250 jaar nadat Yehoshua op aarde wandelde en vele dingen, ooit algemeen geweten, had hun geheugen losgelaten. Eusebius probeerde de door de Pre-Niceaanse kerkvaders geschreven documenten te verzamelen om de grote hoeveelheden van bewijsmaterialen, voor wat over die tijd onderwezen werd, opnieuw te onderwijzen. Ik zal enkele van de documenten aanhalen die hij noteerde om, wanneer het Nieuw Testament bestudeerd wordt, de noodzakelijkheid te bevestigen voor Hebreeuws in aanmerking te nemen.

Eusebius citeerde Origenes’ lijst  van Geïnspireerde boeken waarbij Origenes het volgende betreffende de evangeliën vermelde:

“Het eerste is geschreven in overeenstemming met Matteüs, dezelfde die eens een   belastingpachter (tollenaar) was maar nadien een apostel van Jezus Christus, die het voor de Joodse bekeerlingen gepubliceerd hebbend, het in het Hebreeuws schreef.”2

Eusebius rapporteerde betreffende de evangeliën ook over aanhalingen van Irenaeus, 120-202 n.Chr., de bisschop van Lyon, welke hierna gevonden worden:

“Matteüs, inderdaad”, zei hij, “bracht die zijn evangelie uit, onder de Hebreeën in hun eigen dialect geschreven, terwijl Petrus en Paulus het evangelie predikten en de kerk te Rome stichtten. (3) Na het vertrek van dezen, gaf Markus, de discipel en tolk van Petrus, eveneens geschreven aan ons door wat door Petrus gepredikt werd. En Lukas, de metgezel van Paulus, verbond er zich toe om het door hem, d.w.z. Paulus, gepredikte evangelie op te schrijven …”3    

Het is klaarblijkelijk dat het in de eerste eeuw geweten was dat Matteüs in het Hebreeuws geschreven was. Sommige geleerden suggereren dat dit mogelijk naar Aramees verwijst aangezien beide, Hebreeuws en Aramees, aanzien werden als een “tongval van het Hebreeuws.” Mijn onderzoeken doen me besluiten dat het veeleer Hebreeuws was dan Aramees,4 maar beide talen delen veel woorden en uitdrukkingen met elkaar en maken het daarmee minder belangrijk om te gaan bepalen welke taal het geweest moge zijn. Grieks echter, komt van een cultuur en heeft een taaleigen dat helemaal verschillend is van de Semitische talen en zou zeer verschillend zijn in gebruik, cultuur en woordverbanden. De bovenstaande aanhaling toont dat Petrus noch Grieks noch Latijn sprak aangezien hij een tolk (Markus) nog had om voor hem te vertalen. Dit bevestigt dat Petrus het evangelie aan Markus gaf in ofwel Hebreeuws ofwel Aramees en dat Markus de woorden van Petrus in het Grieks omzette. We zouden ook kunnen concluderen dat dit zelfde proces nodig was voor de eerste en tweede Petrusbrief. We ontdekken ook dat Lukas het evangelie schreef dat Paulus preekte. Als Paulus eenvertaler voor het evangelie nodig had, kan hij er ook een nodig gehad hebben voor de overige 13 brieven waarvan beweerd wordt dat ze door hem geschreven werden.

Of deze boeken (brieven) eerst in het Hebreeuws geschreven werden en in het Grieks vertaald of dat ze in het Hebreeuws gesproken werden en opgetekend in het Griek doet niet ter zake. Het achterliggende Hebreeuwse denken zou sowieso in de boeken in ’t oog springen. Zoals het verhaal over Pancho die naar Amerika kwam in het Spaans zou blijven denken en naar het Engels vertalen. Dus om deze boeken te begrijpen is het belangrijk om de grondslag van het Hebreeuws denken en de woordverbanden die daaruit kunnen voortkomen te verstaan.

Ik zal een paar andere aanhalingen van Eusebius citeren om de Semitische oorsprong van een ander Nieuw Testamentboek dat aan de apostel Paulus toegeschreven wordt aan te tonen. Ignatius geloofde dat Clementius de brief aan de Hebreeën vertaald had. Ignatius stierf in 110 n.Chr. en Clementius stierf in 101 n.Chr. Eusebius haalt Ignatius aan:

“Het is waarschijnlijk dat dit ook gerekend werd tot de andere geschriften van de apostelen, want als Paulus zich tot de Hebreeën in de taal van zijn land gericht had, zeggen sommigen dat de evangelist Lukas, anderen dat Clementius, de brief vertaalde. (3) Dit lijkt meer de waarheid, aangezien de brief van Clementius en die aan de Hebreeën dezelfde stijlkenmerken en wijze van uitdrukken bewaarden, en de gevoelens waren in beide werken niet erg verschillend.”5  

Hierdoor kunnen we stellen dat het boek Hebreeën ofwel in het Aramees ofwel in het Hebreeuws geschreven was en door een ander in het Grieks vertaald werd. De vertaler kan niet vastgesteld worden vanuit de informatie aangezien Ignatius twee mogelijkheden voorstelt en de ene boven de andere verkiest. Eusebius maakt ook melding van Clementius’ onderwijzing betreffende het auteurschap van Hebreeën. Het zou kunnen geweest zijn dat Clementius’ commentaren er gekomen zijn door het horen van Ignatius’ conclusie.

“De brief aan de Hebreeën waarvan hij (Clementius) beweert dat die door Paulus aan de Hebreeën in de Hebreeuwse taal geschreven werd, maar die door Lukas zorgvuldig vertaald werd en onder de Grieken gepubliseerd aangezien men daarin hetzelfde karakter van stijl en van wijze van uitdrukken vindt als in de Handelingen;6

Clementius onthult dat het boek Hebreeën in het Hebreeuws geschreven was, maar door Lukas vertaald werd, niet door hemzelf. Dit lijkt vrijwel een feit, maar aangezien hij een reden aangeeft van buiten het persoonlijk weten, leidt het ons ertoe om te geloven dat hij door de schrijfstijl veeleer dan een persoonlijke weten aan het beslissen was wie het vertaalde. Zijn eerste bewering betreffende de Hebreeuwse taal vermeld de feiten. In deze Engelse vertaling van Eusebius lijkt het duidelijk dat het boek in het Hebreeuws geschreven was, niet in het Aramees. Nochtans, zoals eerder gesteld, kan naar beide talen verwezen worden als de taal van de Hebreeën, aangezien het afhing van de streek waar men leefde als tot wie men sprak.

Er zijn andere indicaties dat het Nieuw Testament van Semitische oorsprong is, maar dit is voldoende om één reden te begrijpen waarom we voorstellen dat ernaar kijken met een Hebreeuwse bril belangrijk is. In ’t algemeen kan een mens niet denken buiten zijn moedertaal zodat bij eender wat hij moge schrijve de moedertaal zou moeten in overweging genomen worden, zonder te letten op de taal waarin het geschreven werd.     

 

Vertaling: Marcel Achten

 

1 Yehoshua is de Hebreeuwse naam van Jezus, Yeshua is Aramees dat in de eerste eeuw een verkorte Hebreeuwse versie werd voor Yehoshua. Jezus is een Nederlandse transliteratie van Yeshua, afgeleid via het Grieks, Latijn en Duits. De Hebreeuwse versie, Yehoshua, wordt in dit artikel gebruikt om de Hebreeuwse oorsprong voor het Nieuwe Testament te benadrukken.

2 Eusebius’ Ecclesiastical History, translated by C. F. Cruse p 215

3 Eusebius’ Ecclesiastical History, translated by C. F. Cruse p. 164

4 Verwijzing naar het artikel van Frank Houtz, “The Use of Messiah’s Name” dat gevonden kan worden bij de website van Dry Bones Restoration Company www.drybonesrestorationcompany.com/Frame%20Pages/Messiahs_Name.pdf

5 Eusebius’ Ecclesiastical History, translated by C. F. Cruse p. 103

6 Eusebius’ Ecclesiastical History, translated by C. F. Cruse p. 204

 

 

Frank Houtz

www.drybonesrestorationcompany.com

Post Office Box 306

Winchester, Kentucky 40392

drybonesresco@yahoo.com

Dry Bones Restoration Company is a ministry devoted to teaching methods of extracting the Hebraic origin from the New Testament and making strong connections to the Hebrew text of the Old Testament. We teach a course in methods of research and exegesis called “Biblical Research Techniques,” or a less stuffy title, “Bible Detectives.” These seminars are available for congregations and study groups wishing to learn how to make such connections.

Frank Houtz, founder of Dry Bones Restoration Company, is also an author and has written several books including a book on the Sabbath designed to help new Sabbath keepers be equipped with good answers as to why the New Testament did not end Sabbath keeping. Other books and booklets published by Dry Bones Restoration Company and written by Frank Houtz include, “Authority,” “Machanayim-The Two Camps of Israel,” “Episunagoge-A Study on the Assembly,” “Evil Ain’t All Bad,” “A Date With the Lamb,” “Adoption-From an Ancient Perspective,” “A Frank Discussion of God’s Law,” and “Swords of Truth-Conflict Among Brethren Defending the Crown.”

Mary Lynn Houtz is an artist, musician and songwriter who devotes her talent to furthering the Hebraic understanding of the Scriptures. Her CD “Songs for Israel,” put many significant passages to song. Other CDs will soon be available.